Print deze pagina Bekijk ons op Facebook Verklein lettertypeVergroot lettertype
      ZOEKEN: zoeken  

Home › Kwetsbare ouderen - Dementie › Wat is dementie › Geheugen

Geheugen

Hoe werkt het geheugen?
Met ons geheugen kunnen we informatie opslaan, bewaren en later weer oproepen. Er zijn meerdere soorten geheugen. Daarom herinneren we ons bepaalde dingen wél en andere niet. We worden overstelpt met indrukken. Al die informatie houden we soms maar een deel van een seconde vast in het zintuiglijk geheugen. Alleen informatie waar we meer aandacht aan besteden, bijvoorbeeld tijdens het lezen van krantenkoppen, wordt overgebracht naar het kortetermijngeheugen. Maar ook het kortetermijngeheugen houdt dingen maar een paar minuten vast.

Het werkgeheugen beoordeelt dan namelijk bliksemsnel wat er verder mee moet gebeuren. Het is kort maar actief bezig en heeft een beperkte capaciteit. Daarom gaat informatie verloren als we worden afgeleid. Bijvoorbeeld: u wilt opbellen en zoekt het telefoonnummer op. U prent dit nummer in en neemt de hoorn van de haak. Op dat moment vraagt iemand u iets, u luistert en geeft antwoord. Daarna bent u het nummer vergeten. Door het werkgeheugen begrijpen we wat we lezen, omdat we de betekenis van een paar zinnen onthouden. We herinneren ons er ook de opeenvolgende stappen van een handeling mee, zodat we die afmaken en niet iets anders gaan doen.

Als we extra aandacht besteden aan informatie door er tijd voor te nemen, het te herhalen en een verband te leggen met bekende informatie, is de kans groot dat het blijvend wordt opgeslagen in ons langetermijngeheugen. In dit geheugen blijft informatie dagen tot tientallen jaren opgeslagen. Het langetermijngeheugen heeft een onbeperkt capaciteit en kan dus niet vol raken. Het wordt onderverdeeld in het expliciete en procedurele geheugen.

Het expliciete geheugen bevat alle kennis bevat die we ons bewust zijn als we ons iets proberen te herinneren. Het bestaat uit twee deelgeheugens: het semantische en autobiografische geheugen. In het semantische geheugen wordt kennis opgeslagen die je ooit hebt opgedaan zonder dat je nog weet hoe of wanneer dat was. Bijvoorbeeld wat de hoofdstad van Frankrijk is. Het autobiografische geheugen legt vast wat we zelf hebben meegemaakt: waar, met wie en hoe. Deze informatie heeft een samenhang. Bijvoorbeeld: vorig jaar was ik met mijn vrienden een weekend in Parijs.

Het procedurele geheugen bevat de kennis over hoe we iets doen. Het is meestal onbewuste kennis die niet goed verwoord kan worden. Bijvoorbeeld: hoe fietsen, schaatsen of zwemmen we? Deze kennis vergaren we meestal door herhaling, zodat het een automatisme wordt. De informatie wordt zonder er bewust moeite voor te doen uit het geheugen opgehaald. Voorbeeld: iemand die in het water valt en lang niet heeft gezwommen, begint als vanzelfsprekend te zwemmen.

Bron: Carla Schölzel-Dorenbos, klinisch geriater en Klaas Jansma, GZ-psycholoog Geheugencentrum SZH



Terug