Print deze pagina Bekijk ons op Facebook Verklein lettertypeVergroot lettertype
      ZOEKEN: zoeken  

Home › Kwetsbare ouderen - Dementie › Wat is dementie › Een verhaal uit de praktijk

Een verhaal uit de praktijk

Inleiding
De diagnose dementie brengt naast veel verdriet ook vaak de nodige onzekerheid met zich mee. Betrokkenen kennen niet altijd de weg in de mogelijkheden voor de zorgverlening. In de loop van de tijd zullen telkens nieuwe vragen ontstaan over de verdere ontwikkeling van de ziekte, maar ook over de zorgmogelijkheden die voorhanden zijn.
Aan de wens om hierover meer informatie te krijgen, wil dit verhaal tegemoet komen. Voor iedereen die te maken krijgt met dementie verloopt dit proces anders, maar door de herkenbaarheid van de geschetste situaties van de  familie in dit verhaal en de verwijzingen naar zorginstanties en hulpverleners, kan het verhaal over de familie Bijmans een wegwijzer zijn tijdens het ziekteproces.

De familie Bijmans

In het Gelderse dorpje Overzwaai woont de familie Bijmans. Piet Bijmans is 78 jaar. Zijn vader is op vrij jonge leeftijd gestorven en daarom moest hij al op jonge leeftijd de rol van zijn vader overnemen en ook zijn boerderij. De boerderij, een veeteeltbedrijf, werd tijdens de oorlog grotendeels verwoest door een brand. Toen zijn moeder op latere leeftijd dement werd, namen Piet en zijn vrouw Rieki de zorg voor haar op zich, tot ze thuis stierf.
Rieki Bijmans is 75 jaar. Zij komt uit een boerenfamilie en is een echte boerin. Ze heeft drie kinderen groot gebracht en zoals ze zelf altijd zegt, is zij thuis de baas en is haar man de baas van het bedrijf.
De kinderen van Piet en Rieki zijn inmiddels volwassen. De beide dochters zijn getrouwd, de één woont in een dorp in de buurt en de ander in Overijssel.
Zoon Freek is 40 en de jongste van het stel. Samen met zijn vrouw Vera en twee kinderen van 9 en 10 jaar, woont hij bij zijn ouders op de boerderij. Nadat hij naar de landbouwschool was geweest kwam Freek bij zijn vader op het bedrijf. Vijf jaar geleden nam hij de boerderij over. Rond die tijd vond ook een verbouwing plaats, waardoor beide families nu elk in een apart gedeelte van het huis wonen en niet meer samen, zoals voorheen.
Vader Piet werkte zijn hele leven hard. Ook tegenwoordig werkt hij nog dagelijks mee op de boerderij. Zijn enige echte uitje is eigenlijk zijn wekelijkse kaartavondje met vrienden. Verder beleeft hij genoegen aan het roken van sigaren. Toen hij nog jonger was zat hij een paar jaar in de gemeenteraad voor het CDA. Nu hij ouder is geworden, vindt hij het niet meer zo belangrijk om iets naast zijn dagelijkse werk te doen. Hij gaat wel regelmatig naar zijn broer Henk, die ook een boerderij heeft en in hetzelfde dorp woont.
Schoondochter Vera komt uit de stad. Zij heeft eigenlijk niet zoveel met de boerderij. Vroeger was ze secretaresse, maar ze stopte met buitenshuis werken toen de kinderen kwamen. En hoewel ze goed met elkaar kunnen opschieten, weet Vera best dat haar schoonmoeder veel liever had gezien dat haar zoon met een echte boerin was getrouwd.

Het begin: We vertrouwen het niet
Het veeteeltbedrijf van zoon Freek bloeit. De veestapel is in al die jaren aanmerkelijk vergroot. Door de aangescherpte milieuwetgeving moet Freek echter aanpassingen doorvoeren en het lijkt hem het beste om de veestapel in te krimpen. Hij legt dit voornemen voor aan zijn vader, maar Piet wil er niet aan en ze krijgen een meningsverschil.  Op zich is dat niet erg, maar wat Freek wel opvalt, is dat zijn vader een starre houding aanneemt. Hij lijkt nogal krampachtig aan de beesten vast te houden en hij wil ze eigenlijk niet kwijt. En dat terwijl Freek toch duidelijk uitlegt waarom het beter is dit wel te doen. Vader Piet reageert soms nogal fel en emotioneel op de uitleg van Freek. Dit verbaast Freek. Zo kent hij zijn vader eigenlijk niet.
Toch stemt Piet uiteindelijk in om tenminste een aantal dieren weg te doen. En hij neemt het op zich om ze te verkopen. Wanneer hij een paar uur later thuis komt met de opbrengst, ziet Freek dat zijn vader een lagere prijs voor de dieren heeft gekregen dan hij had verwacht. Freek snapt het niet, zijn vader weet doorgaans als geen ander het onderste uit de kan te halen. Hij probeert er voorzichtig achter te komen hoe zijn vader heeft gehandeld, maar hij wordt niet veel wijzer. Eigenlijk is Freek er nog het meest verbaasd over dat zijn vader het hem niet kan uitleggen. Ook zijn vrouw Rieki merkt dat Piet uit zijn doen is. Zo blijft hij soms wat langer in bed liggen, terwijl hij vroeger altijd op een vast tijdstip op stond om zijn dagelijkse bezigheden, zoals het lezen van de krant, te doen. Maar ze merkt dat Piet de krant lang niet meer zo uitgebreid leest als voorheen. Dan zijn er ook nog zijn kaartvrienden die merken dat hij tijdens de kaartavondjes zo nu en dan een foutje maakt. Zij vragen hem de laatste tijd regelmatig waar hij toch met zijn verstand zit. Een van de vrienden heeft al eens aan Rieki gevraagd of Piet soms zorgen heeft en Rieki heeft hem geantwoord dat zij denkt van niet, maar dat ze zelf ook merkt dat hij afwezig kan zijn. Rieki en Freek maken zich wel een beetje zorgen, maar ze stellen elkaar ook weer gerust door te zeggen dat het gedrag van Piet wellicht bij het ouder worden hoort. Daarnaast vergoelijken ze de missers een beetje. En omdat de bovengenoemde voorvallen nogal verspreid in de tijd voorkomen, hebben ze het idee dat het misschien allemaal nog wel meevalt. Gisteren stond Piet op het land en staarde hij in het niets, maar toen Freek hem erop aansprak was hij direct weer bij de les. Dan is er toch niets aan de hand?

1 jaar na het begin: De zorgen nemen toe
Het valt de familieleden van Piet op dat hij steeds meer verhalen over vroeger vertelt. In het verleden deed hij dit ook, maar tegenwoordig komt het toch wel steeds vaker voor. 'Maar leven in het verleden duidt toch niet altijd op dementie?', vraagt Rieki aan haar schoondochter. Vera geeft aan dat dit meestal een normaal ouderdomsverschijnsel is en dat dit zelfs op haar leeftijd ook al gebeurt. Het is toch immers fijn om, wanneer het in het heden even wat minder prettig loopt, terug te denken aan een prettige periode in het verleden? Ja, daarin moet Rieki haar gelijk geven.‘Maar als het nu veel erger wordt?', wil ze nog van Vera weten.‘Ja, dan kan het zijn dat we toch aan dementie moeten denken, dus we moeten het wel goed in de gaten houden de komende tijd', antwoordt Vera. 
Op een dag zegt Piet tegen Rieki dat hij zijn horloge kwijt is. Hij zoekt het hele huis door, maar kan het nergens vinden. Rieki besluit het horloge maar te laten voor wat het is en vraagt Piet mee om boodschappen te doen. Ze hebben pas een nieuwe auto gekocht en ze vinden het heerlijk dat ze zich daardoor weer goed en veilig kunnen verplaatsen. Wel merkt Rieki dat Piet de nieuwe auto niet goed kan bedienen. De auto heeft een vijfde versnelling, maar ook al zegt Rieki hem voortdurend dat hij daarmee niet achteruit kan rijden, hij krijgt het maar niet aangeleerd. Ze rijdt dan ook met kromme tenen met hem mee en Piet krijgt er een steeds slechter humeur van. Hij zegt dat ze een miskoop hebben gedaan met deze nieuwe auto en hij rijdt er minder vaak en met steeds minder plezier in.
In de tussentijd heeft Piet een oproep gekregen voor de keuring om zijn rijbewijs te verlengen. Rieki heeft een stille hoop dat ze hier misschien iets merken aan Piet, maar het blijkt dat de keuring een oppervlakkig onderzoek is. Piet houdt zich goed, net als in andere situaties wanneer het erop aankomt. Zijn rijbewijs wordt weer met vijf jaar verlengd. 

1½  jaar na het begin: Naar de huisarts
Op een ochtend geeft Piet aan dat hij soms wat duizelig is en dat deze klachten erger worden. Het bevalt Rieki niet. Al die voorvallen die zich al hebben voorgedaan en nu dit weer. Zou het met elkaar te maken hebben? Ze begrijpt dat ze nu moet handelen en ze weet hem over te halen om naar de huisarts te gaan.
Bij de huisarts vertelt Piet over zijn duizeligheid en Rieki vult aan dat hij ook wel eens wat kwijt is. Piet ontkent dit en zegt snel: 'Jij bent toch ook wel eens wat kwijt!' Diep in zijn hart beseft Piet wel dat zijn vrouw gelijk heeft, maar de opmerking van Rieki voelt erg bedreigend aan. Daarbij wil hij ook niet dat een ander dit weet. Al een tijdje weet hij op een handige manier een antwoord op vragen te geven. Als iemand hem bijvoorbeeld vraagt hoe oud hij is, dan zegt hij snel in welk jaar hij is geboren en dat men het dus zelf wel uit kan rekenen. Dit doet iedereen wel eens op zijn tijd en in bepaalde omstandigheden. Ze zullen er dus niet snel acht op slaan. 
De huisarts besluit om een lichamelijk onderzoek te doen. Hij controleert de bloeddruk van Piet, vraagt naar zijn eetlust en doet een bloedonderzoek. Uit dit onderzoek komt niets bijzonders naar voren. 
Wel merkt de huisarts dat Piet wat last heeft van gehoorproblemen. Hij adviseert hem om eens na te denken over de aanschaf van een gehoorapparaat, want daar kunnen de klachten mede door worden veroorzaakt. Maar Piet geeft direct te kennen dat hij daar niets voor voelt. De huisarts stelt voor om het nog maar even aan te zien en vraagt Piet terug te komen wanneer de klachten toenemen. 
Op weg naar huis kibbelen Piet en Rieki over wat ze net hebben meegemaakt. Piet is beledigd dat Rieki de huisarts vertelde dat hij soms vergeetachtig is. Hij vindt dat ze veel te veel overdrijft. Ook wordt hij nog even boos over het gehoorapparaat, omdat Rieki aangeeft dat ze dit wel een goed idee vindt. Maar Piet luistert niet naar haar argumenten en zij is teleurgesteld in de reactie van de huisarts. Ze heeft het gevoel dat ze met lege handen is weggestuurd en ze is boos op zichzelf dat ze dat heeft laten gebeuren.
Weer thuis bespreekt ze haar bevindingen met Freek en Vera en ook deze zijn teleurgesteld dat er zo weinig uit is gekomen. Freek stelt voor dat hij eens met de huisarts gaat praten, maar Vera vertelt dat ze net iets in een huis-aan-huiskrantje heeft gelezen over een geheugenspreekuur. Daar zou je zo naar binnen kunnen lopen voor een beoordeling en advies. Dit vindt Rieki een goed idee en ze wacht een geschikt moment af om dit aan Piet voor te leggen. 
Piet vindt het echter flauwekul en wil er ook na stevig aandringen van Rieki en Freek niets van weten. Rieki weet niet goed wat ze nu moet doen. Aan de ene kant vindt ze dat er iets moet gebeuren en aan de andere kant zijn er ook momenten dat Piet zo goed functioneert dat ze denkt dat er onmogelijk iets ernstigs aan de hand kan zijn. 

2 jaar na het begin: Nu wordt het duidelijker
Piet heeft, nu op zijn eigen houtje, wederom een paar koeien verkocht. Dit keer heeft hij een redelijke som geld voor zijn dieren gekregen. Wanneer hij thuis komt legt hij het geld weg en gaat hij de dieren voederen. Na een paar uur komt hij terug van zijn werk en wil hij zijn zoon het geld brengen. Maar hij kan het nergens meer vinden. 
Dan komt Vera terug uit de stad. Vrolijk laat ze haar nieuw aangeschafte garderobe zien. Piet krijgt meteen een idee over waar zijn geld is gebleven. Hij zegt dan ook bot tegen Vera dat zij het geld van de verkoop heeft gebruikt om kleding te kopen.  Omdat hij eigenlijk best een beetje het besef heeft dat er iets met hem aan de hand is, maar omdat hij dat niet wil toegeven, kiest hij in paniek een snelle en gemakkelijke zondebok: zijn schoondochter. Vera is buitengewoon verrast en reageert fel, omdat ze vindt dat ze vals wordt beschuldigd. En omdat ze er door haar emoties van uitgaat dat er met haar schoonvader niet echt iets aan de hand is, wordt ze extra kwaad op hem. 
Er ontstaat een ruzie. Vera verdedigt zich en Piet wordt nog kwader. Freek hoort het gekibbel en probeert de situatie te sussen. Vervolgens krijgt hij van zowel zijn vader als zijn vrouw de wind van voren. Beiden verwachten dat ze worden verdedigd door Freek.
Dan komt Rieki uit de moestuin. Zij bedenkt zich dat de fout wel eens bij Piet zou kunnen liggen, omdat zij inmiddels al vaker heeft gezien dat hij iets is kwijt geraakt. En wanneer iedereen wat is gekalmeerd, gaat zij op zoek naar het geld. Het geld vindt ze uiteindelijk ergens achterin het dressoir, in een sigarendoosje. Bij het geld ligt het horloge dat Piet al zo lang kwijt is. Ook vindt ze een zilveren theelepeltje dat ze zelf al erg lang mist. En als klap op de vuurpijl ligt in het doosje een schuin uitgeknipte foto van Katja Schuurman. Piet ontkent in alle toonaarden dat hij dat daar heeft neergelegd. Toch beseft hij dat hij er nu moeilijk om heen kan en eigenlijk schaamt hij zich een beetje. Hij krijgt het idee dat iedereen tegen hem is en hij wordt wat stiller en teruggetrokken. Wel krijgt hij steeds meer het besef dat er iets mis is met hem.
Na dit voorval begint Piet wat meer op zijn tenen te lopen. Hij is wat gespannen en probeert fouten te vermijden. Ook toont hij minder initiatief en probeert hij minder risico's te nemen. Rieki ziet dat Piet duidelijk last heeft van faalangst. En daardoor maakt hij juist fouten en gaat er regelmatig iets mis. Zo vroeg ze hem laatst om de auto te wassen. Toen ze even later kwam kijken hoe ver hij was, zag ze tot haar schrik dat hij doodgemoedereerd de auto van het bezoek van hun zoon stond te wassen.
Rieki besluit om Piet opnieuw te vragen om mee te gaan naar het maandelijkse geheugenspreekuur. Ze hoopt, dat men hen daar verder kan helpen en anders gaat ze weer naar de huisarts. In eerste instantie verzet Piet zich nog, maar als Rieki vriendelijk en geduldig opsomt waar ze zich de laatste tijd bezorgd over heeft gemaakt en daarbij benadrukt dat ze hem juist wil steunen, zegt hij dat hij het dan wel voor haar zal doen. En zo gaan Rieki en Piet bij de eerstvolgende gelegenheid naar het Geheugenspreekuur. 
Op het geheugenspreekuur horen ze de klachten aan en nemen ze direct een korte geheugentest af. Omdat de klachten daartoe aanleiding geven en de resultaten van het testje tegenvallen, krijgen ze het advies mee om bij de huisarts om een verwijzing naar de Geheugenpolikliniek te vragen. Piet probeert er nog onderuit te komen door te zeggen dat het naar zijn idee door de spanning minder goed is gegaan, maar Rieki gaat direct de volgende dag naar de huisarts voor een verwijzing en maakt een afspraak voor een uitgebreid onderzoek. Aan de ene kant voelt ze zich er naar onder dat dit staat te gebeuren, maar aan de andere kant is ze ook opgelucht dat er over een tijdje meer duidelijkheid komt over wat er met haar man aan de hand is. Want dat er wat aan de hand is blijkt wel als ze op een dag de bank aan het stofzuigen is. Rieki ziet dat er gaatjes in de bekleding zitten. Ze zegt dit niet tegen Piet, maar wanneer ze 's avonds op hem let, merkt ze dat hij niet erg zorgvuldig omgaat met zijn sigaar. De schrik slaat haar om het hart, want stel je voor dat hij per ongeluk een brand in de schuur veroorzaakt! 
Met Freek spreekt ze af om direct overal rookmelders te plaatsen en ze geeft Piet duidelijk te kennen dat hij in het vervolg alleen mag roken als er ook anderen bij zijn. Piet protesteert in eerste instantie nog, maar dan wordt Rieki erg boos. Ze dreigt dat ze weggaat, als hij niet doet wat zij vraagt. Ze voelt zich namelijk niet meer veilig in haar eigen huis. Piet schrikt hiervan en stemt toe. 
Piet komt steeds minder aan zijn karweitjes toe. Rieki neemt langzaam wat werkjes van hem over wanneer hij ze vergeet te doen of wanneer hij zegt dat hij er minder zin in heeft. Ze voert de kippen en de kalveren en ze doet het werk in de moestuin. Rieki controleert ook steeds vaker of hij deze karweitjes wel heeft uitgevoerd en ze merkt dat dit alles toch een hele belasting voor haar vormt

2½  jaar na het begin: Naar het geheugencentrum
Uiteindelijk breekt de dag aan dat ze naar het geheugencentrum gaan. Via folders over de verschillende onderzoeken hebben ze zich al een beetje kunnen inleven. Toch zijn ze beiden wat gespannen en hebben ze 's nachts niet goed kunnen slapen. Als alle onderzoeken achter de rug zijn, breekt een korte periode van wachten op de uitslag aan. Voor de geriater, die hen de uitslag meedeelt, is het heel duidelijk: de resultaten van alle onderzoeken en ook de gegevens die de familie zelf heeft verstrekt wijzen erop dat Piet een vorm van dementie heeft. En wel de ziekte van Alzheimer. Rieki kent de term 'dementie' wel, maar nu haar eigen man het heeft, wil ze precies weten wat dit nu eigenlijk is. Piet is duidelijk overdonderd en zit er wat stilletjes bij. Hij laat zijn vrouw het woord doen.  De geriater legt hen uit dat er bij dementie stoornissen zijn in het geheugen. In eerste instantie voornamelijk in het korte termijngeheugen. Zij vertelt hen wat de andere verschijnselen kunnen zijn van dementie. Zo kun je last hebben van oriëntatieproblemen intijd, plaats of persoon. Ook komen handelingsproblemen en karakterveranderingen voor. Rieki knikt opgelucht. Ze herkent de symptomen van haar man en is blij dat ze eindelijk weet wat er aan de hand is. De dokter vertelt verder dat mensen met dementie ook te maken kunnen krijgen met taalproblemen, waardoor je moeilijk op bepaalde woorden kunt komen. De psycholoog van de polikliniek heeft ook gemerkt dat Piet de dingen minder goed begrijpt wanneer er in een hoog tempo teveel tegelijk tegen hem wordt gezegd. Als de verschijnselen haast ongemerkt beginnen en langzaam en geleidelijk toenemen, zoals bij Piet, dan wijst dat meestal op de ziekte van Alzheimer. Rieki vraagt aan de dokter of er iets aan te doen is en of er geen lichamelijke oorzaken  zijn die deze verschijnselen kunnen veroorzaken. Ze heeft wel eens gelezen dat suikerziekte, vitaminegebrek of een schildklierstoornis dit ook kunnen veroorzaken en door dit te behandelen zouden de klachten kunnen afnemen.
De dokter schudt meelevend haar hoofd: 'Piet is lichamelijk goed gezond. En helaas is er voor de ziekte van Alzheimer nog geen genezing mogelijk'.Wel kan de geriater een medicijn geven waarvan bekend is dat het bij sommige patiënten het proces enigszins remt, maar daar moet ze geen al te hoge verwachtingen van hebben.
Verdrietig vraagt Rieki dan of ze er iets tegen had kunnen doen. De dokter geeft aan dat vooral goede voeding, beweging, sociale contacten en actief zijn belangrijk is. Kortom: gezond leven. Maar ze zegt erbij dat Piet dat eigenlijk altijd heeft gedaan. Rieki had het dus echt niet kunnen voorkomen. 
De geriater kaart ook aan dat men heeft gemerkt dat Rieki overbelast dreigt te worden en ze voegt eraan toe dat alles er vast niet beter op zal worden, maar zelfs eerder erger. Een beetje hulp in de huishouding zou kunnen betekenen dat ze de zorg voor haar man beter zal kunnen volhouden. Rieki aarzelt, ze snapt wat de dokter bedoelt, maar ze vindt het ook moeilijk om een vreemde in huis toe te laten en ze ziet zichzelf als iemand die haar eigen zaakjes wel kan oplossen. De geriater adviseert haar om naar het zorgloket, of WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) winkel (hoe dit wordt genoemd hangt af van de gemeente) te gaan om een indicatie voor hulp bij de huishouding aan te vragen. Na enig aarzelen besluit Rieki dat ze dit toch maar moet doen.
De geriater informeert Rieki en Piet daarnaast ook over het Alzheimer Café in een plaats vlakbij hun dorp. Daar wordt iedere maand een ander thema over dementie besproken. Hier kunnen ze wellicht wat van opsteken en voor Piet zou het goed zijn om te zien dat er meer mensen zijn met dezelfde problemen als hij. Niet alleen naasten van mensen met dementie komen naar het Alzheimercafe, maar ook mensen die zelf dementie hebben. Dit draagt mogelijk bij om deze slag te verwerken. 
Tot slot noemt de dokter dat ze kunnen kennismaken met de trajectbegeleider dementie. Dit is een functionaris die hen vanaf nu als een TOMTOM op het juiste moment naar de goede plaats kan loodsen voor hulp of advies.

3 jaar na het begin: Thuiszorg
De indicatie voor thuiszorg wordt na een kort onderzoek afgegeven en vrij snel daarna komt Lucy, de thuiszorgmedewerkster, kennismaken. Zij moet eerst nog wat wennen aan Piet. En ook Piet vindt het allemaal wat onwennig om 'vreemd volk' over de vloer te hebben. Hij vraagt zich soms ook wel af wat zij toch telkens komt doen.
Omdat Rieki er de laatste tijd niet echt aan toe is gekomen, zet Lucy de boel eens goed op de kop. Zij vindt verschillende voorwerpen die de familie al een tijdje kwijt was: autosleutels in de bloempot, een aantal ongeopende bankenveloppen in een keukenkastje, een briefje van honderd in een potje en een niet betaalde bekeuring in de zitting van de bank. In haar onschuld confronteert Lucy Piet hiermee door te vragen of het van hem is en of hij het misschien kwijt is. Piet reageert hier fel op. Wanneer hij later ook nog eens zonder bovenbroek rondloopt in huis en Lucy hier iets van zegt, valt hij tegen haar uit. Het is duidelijk dat Piet steeds minder door heeft dat hij dingen vergeet. Op die momenten voelt hij zich vals beschuldigd en bedreigd. Zeker door Lucy, zo'n vreemd jong ding. Zijn gevoelens van schaamte, onzekerheid, angst en verwarring komen vaak naar buiten toe als agressie. Wanneer Piet wel beseft wat er aan de hand is, wordt hij stil en verdrietig en is dan het liefst alleen in de schuur. 
Lucy voelt zich behoorlijk ongelukkig en vraagt zich af waarom meneer Bijmans zo fel op haar reageert. Het valt haar op dat hij naar haar idee soms wel wat vreemd doet en ze besluit hiermee naar haar zorgmanager te gaan. Deze stelt haar voor om een scholing over dementie te gaan volgen. Tijdens deze scholing krijgt ze onder andere informatie over omgaan met dementie en krijgt ze het advies om meneer Bijmans te ontzien en hem niet met zijn fouten te confronteren. De dingen die ze tegenkomt kan ze beter met mevrouw Bijmans bespreken. Ook krijgt ze de tip dat ze hem moet prijzen voor de dingen die hij nog goed doet en ze moet hem zoveel mogelijk zelf laten doen.
Nu Lucy deze scholing heeft gehad, voelt ze zich wat sterker en zekerder. Ze begint meneer Bijmans wat meer te snappen en ook valt het haar op dat hij haar begint te accepteren. Piet begint in te zien dat Lucy eigenlijk best mee valt. En dit zegt hij tegen Rieki. Het valt Rieki hierbij op dat hij zijn probleem geheel bij Lucy had neergelegd en zelf niet door had welke rol hij eigenlijk speelde.

4 jaar na het begin: Verhuizen
Naast alle problemen die ze al heeft, krijgt Rieki nu geleidelijk problemen bij het lopen. Ze kan zich niet meer zo goed voortbewegen zoals ze gewend was en ze merkt dat het huis veel te groot voor hen beiden begint te worden. Het huishouden wordt haar te zwaar. Dat Piet steeds minder helpt bij allerlei karweitjes is hier mede een oorzaak van. Ze weet dat het huis voor Freek en Vera nogal aan de kleine kant is. En nu hun kinderen groter worden, hebben zij eigenlijk meer ruimte nodig. Rieki bespreekt dit met Piet, Freek en Vera. Ze komen erachter dat in het dorp nieuwe seniorenwoningen worden gebouwd en dat het eigenlijk verstandig zou zijn wanneer Piet en Rieki daar naartoe zouden verhuizen. Piet vindt dit een erg moeilijke beslissing. Hij heeft zijn hele leven op deze plek gewoond, maar hij laat zich na veel heen en weer gepraat toch overhalen om de stap te wagen. 
Nu de beslissing is genomen, heeft Rieki erg veel zin om te verhuizen. Ze heeft ook een stille hoop dat door minder drukte en zorgen, Piet weer wat beter zal gaan functioneren. Maar ze heeft nog niet in de gaten dat deze hoop bij haar verwerkingsproces hoort.
Zodra de seniorenwoningen klaar zijn, trekken Piet en Rieki erin. Ze kopen voor hun woning direct allemaal nieuwe spullen. Rondom de nieuw gebouwde seniorenwoningen ligt nog veel braak en opgebroken gebied en de moeilijk lopende Rieki valt op een kwaad moment. Haar arm is gekneusd en ze heeft veel pijn. Maar daarnaast is ze vooral geschrokken en angstig en durft ze het huis niet meer uit. Uit nood stuurt ze daarom Piet weg om een boodschap te halen. Maar Piet weet de weg niet goed in zijn nieuwe buurt en hij verdwaalt. Een kennis vindt hem uiteindelijk in een nog in aanbouw zijnde woning. Wanhopig doorzoekt hij daar alle kamers en hij begrijpt niet waar alles en iedereen is gebleven. Wanneer hij wordt thuisgebracht, voelt hij zich erg opgelaten en gefrustreerd. Diezelfde avond wordt hij boos, want hij is bang en hij wil naar huis, naar de boerderij.
Wanneer hij kwaad door het huis loopt en via de keuken naar buiten wil om terug te gaan naar de boerderij, probeert Rieki hem tegen te houden. Piet wordt nog kwader en  duwt haar tegen het aanrecht. Rieki bezeert haar rug en raakt overstuur. Ze heeft nog nooit meegemaakt dat Piet zo boos tegen haar heeft gedaan. Ze wordt gewoon een beetje bang voor hem. Ze vlucht naar de slaapkamer en belt Freek op, die direct naar hen toe komt. Piet is dan alweer gekalmeerd en lijkt het voorval vergeten te zijn. Nadat Freek even met hen beiden heeft gesproken, keert de rust terug. 
De volgende dag belt Rieki de trajectbegeleider en ze bespreekt dit voorval met haar. Rieki vertelt dat ze het er heel moeilijk mee heeft dat Piet zo anders is geworden en dat ze het zo mist dat ze niet echt meer iets met hem kan bespreken. Ze voelt zich soms heel eenzaam in het nieuwe huis. Rieki vertelt dat ze een dagboek bijhoudt over wat ze met Piet meemaakt en dat het schrijven haar een beetje oplucht. De trajectbegeleider vertelt haar dan dat het mogelijk is om naar een cursus 'omgaan met dementie' te gaan. Ze kan er ook voor kiezen om  lotgenotenbijeenkomsten voor mensen van wie de partner aan dementie lijdt te bezoeken. Daar kan ze ervaringen uitwisselen met mensen die precies begrijpen wat ze doormaakt. De trajectbegeleider denkt dat het haar goed zal doen om emoties met gelijkgestemden te delen. Rieki werpt tegen dat ze niet iemand is die zich op haar gemak voelt in dergelijke groepen, maar de trajectbegeleider raadt haar aan dit toch maar eens te proberen en voegt eraan toe dat ze verwacht dat het Rieki erg zal meevallen. 

5 jaar na het begin: Naar de dagbehandeling
Nu het steeds slechter gaat met Piet, krijgen Piet en Rieki veel minder visite. De trajectbegeleider legt uit dat veel mensen niet goed weten hoe ze met deze situatie om moeten gaan. Ze weten zich geen houding te geven tegenover Piet en Rieki en voor hen is Piet ook niet meer de man die ze hebben gekend. Zelfs Henk, de broer van Piet, komt niet meer zo vaak op visite. Hij zegt dat hij er niet goed tegen kan om Piet zo te zien. Ook is hij bang dat hij zelf net zo wordt en hij denkt, ten onrechte, dat dementie misschien wel besmettelijk is. Toch voelt hij zich wel schuldig dat hij weg blijft bij zijn broer, want hij wil zijn familie helemaal niet in de steek laten. Rieki geeft aan dat zij ook zelf het bezoek wel eens weg houdt. Gewoon omdat ze zich soms schaamt, of omdat ze Piet wil beschermen. Ze heeft ook al besloten om maar niet meer naar verjaardagen te gaan, want ze zit daar niet meer ontspannen. Ze is steeds aan het opletten hoe het met Piet gaat.  De trajectbegeleider zegt dat ze dit kan begrijpen, maar ze geeft Rieki toch het advies om de bezoekjes en verjaardagen niet te snel af te zeggen. De kans bestaat dat ze op deze manier beiden in een isolement raken, terwijl ze de sociale contacten juist nu zo hard nodig hebben. Het lijkt haar beter om de ene keer samen, en dan wat korter, naar een bezoekje te gaan en een andere keer alleen. Ze stelt dan ook voor om zo nu en dan een vrijwilliger van de oppasdienst te vragen om Piet op een vaste dag of avond in de week gezelschap te houden. Rieki kan dan haar vriendinnen bezoeken en wat tijd aan zichzelf besteden. Deze vrijwilliger kan ook komen wanneer Rieki eens alleen naar een verjaardag wil gaan. Rieki moet hier eerst niets van weten. Het idee alleen al dat iemand op Piet komt passen, een vreemde nog wel, zodat zij plezierig kan uitgaan. Bovendien is ze ook bang wat de buurt daarvan zal zeggen. De trajectbegeleider legt Rieki uit dat ze deze bezwaren wel vaker hoort, maar dat het juist goed is om zo nu en dan ook even aan jezelf te denken. Op andere momenten kun je er dan juist weer beter tegen. Bovendien hebben de vrijwilligers zich aangemeld, omdat ze weten dat ze daar anderen een goede dienst mee bewijzen.
De trajectbegeleider stelt verder voor om bij het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) een indicatie voor een paar dagen per week dagbehandeling bij het verpleeghuis te vragen. Rieki schrikt daar een beetje van. Is het met Piet al zo erg dat hij naar het verpleeghuis moet? De trajectbegeleider legt uit dat dagbehandeling er juist voor is bedoeld om een opname in het verpleeghuis zo lang mogelijk uit te stellen. In de dagbehandeling zal Piet mensen ontmoeten die dezelfde problemen hebben als hij en daar zoeken ze uit welke activiteiten hij kan uitvoeren en prettig vindt om te doen. Het is immers zo dat hij na de verhuizing steeds inactiever is geworden en nauwelijks meer op de boerderij komt. Dit zal hem een beter gevoel van eigenwaarde geven en de dagbehandeling brengt ook structuur aan in de week. Voor Rieki betekent het dat zij tijdens die dagen kan toekomen aan de dingen die blijven liggen en zelf ook een beetje kan ontspannen. 
Om de dagbehandeling door te spreken, krijgen Piet en Rieki bezoek van een medewerker van de dagbehandeling. Samen spreken ze af om Piet twee dagen per week naar de dagbehandeling te laten komen. Ze mogen vooraf ook een dagje komen kijken hoe het er in die dagbehandeling aan toe gaat. Soms is er niet direct plaats, maar nu hebben ze geluk: de dagbehandeling kan al snel van start gaan. Lucy blijft gewoon komen om Rieki nog wat meer lucht te geven en bovendien is ze lichamelijk nog lang niet in orde. 
Het duurt maar een paar weken tot Piet aan de nieuwe situatie gewend is. Nadat hij eerst moest wennen om een hele dag van huis weg te gaan, raakt hij er nu aan gewend dat de taxi komt. Hij staat al uit zichzelf op om mee te gaan. En hoewel, hoe kan het ook anders met een forse geheugenstoornis, hij bij thuiskomst niet veel aan Rieki kan navertellen over de afgelopen dag, ze kan wel aan zijn gezicht zien dat hij het daar naar zijn zin heeft gehad.  Als ze dit merkt wordt het voor Rieki ook gemakkelijker om te kunnen genieten van haar ‘vrije' dagen. De eerste tijd had ze het gevoel dat Piet het huis uit moest, zodat zij fijne dingen voor zichzelf kon gaan doen. En wanneer ze dan alleen was, zat ze maar te denken aan hoe hij het op de dagbehandeling zou hebben. Maar nu ze merkt dat het goed gaat met Piet, ontstaat in de thuissituatie een nieuw evenwicht. 
Op lichamelijk gebied gaat het met Rieki nog steeds niet goed. Ze loopt nog behoorlijk slecht en ook haar gezichtsvermogen is ook achteruit gegaan. Ze komt er niet onderuit om een heupoperatie te ondergaan en daarvoor wordt ze een week opgenomen in het ziekenhuis.
Piet woont zolang bij zijn zoon Freek en schoondochter Vera, maar snapt niet goed wat er aan de hand is. Overdag en 's nachts is hij erg onrustig en loopt hij te dwalen. Ook is hij steeds op zoek naar Rieki, zelfs wanneer hij net bij haar op bezoek in het ziekenhuis is geweest. Freek, Vera en de kinderen zijn blij wanneer de week om is en Piet weer naar zijn eigen huis kan. 
Wanneer Rieki thuis komt van het ziekenhuis is ze erg moe. Ze heeft nog last van de narcose en ze kan ook nog niet goed lopen. Daarnaast heeft ze zich in het ziekenhuis veel zorgen gemaakt om haar man. 's Nachts blijft Piet onrustig en in de war. Soms zit hij overdag te suffen en een paar keer haalt hij zelfs het toilet niet op tijd. Rieki raakt steeds meer belast door zijn ziekte en ze krijgt te weinig slaap. Haar eigen ritme raakt danig verstoord en ze begint prikkelbaar te worden. Dit reageert ze af op Piet en hij begrijpt er niet veel van. Ze heeft ook steeds meer moeite
met de goedbedoelde hulp die ze krijgt, omdat dit haar het gevoel geeft dat ze de regie over hun leven begint kwijt te raken. Aan de andere kant snapt ze ook wel dat ze het niet alleen zou kunnen. Toch vindt ze het moeilijk om dit toe te geven. Ze raakt geëmotioneerd als ze ziet hoever haar man in korte tijd achteruit is gegaan. Rieki beseft steeds meer dat ze haar man stukje bij beetje kwijt raakt. Het dementieproces schrijdt langzaam voort en de verschijnselen nemen geleidelijk toe. Na driekwart jaar wordt het thuis, ondanks alle hulp, toch wel erg moeilijk voor Rieki. De verzorging wordt steeds zwaarder, de incontinentie neemt langzaam toe en ook de onrust 's nachts komt vaker voor. En vooral over deze nachtelijke onrust klaagt Rieki bij de dagbehandeling. De arts van de dagbehandeling, die Piet niet zelf mag behandelen, stelt daarom bij de huisarts voor om daar medicatie voor te
geven. Door de medicijnen gaat het iets beter, maar Rieki blijft aangeven dat ze het erg moeilijk heeft. Na overleg met de dagbehandeling en de trajectbegeleider besluiten ze daarom de dagbehandeling met een dagje uit te breiden.
Rieki vindt veel ondersteuning in de lotgenotengroep. Ze vertelt er dat ze zich zorgen maakt en dat dat ze bang is dat ze het niet veel langer vol kan houden. Enkele deelnemers vertellen dat ook zij daarmee worstelen. Het helpt haar om dit gevoel met anderen te delen en te ervaren dat zij daarin niet de enige is.

7 jaar na het begin: Naar het verpleeghuis
Voor Piet wordt uiteindelijk bij het CIZ een indicatie voor opname in het verpleeghuis aangevraagd. Hij wordt op de wachtlijst geplaatst. Rieki, Freek en Vera bezoeken in de tussentijd al verschillende verpleeghuizen in de buurt. Zo kunnen ze zich een goed beeld vormen en maken gezamenlijk een keuze maken voor een verpleeghuis. Ze zijn onder de indruk van de vriendelijkheid waarmee ze door de maatschappelijk werker van het verpleeghuis zijn rondgeleid.  Tot hun genoegen zien ze dat in alle verpleeghuizen waar ze zijn geweest, iedere bewoner een eigen kamer heeft. Ook zien ze gezellige kleine huiskamers waar slechts kleine groepjes mensen bij elkaar zitten.
Na een half jaar wordt het voor Rieki steeds zwaarder. Maar ondanks dat, komt het telefoontje over dat er een plaats is voor Piet in het verpleeghuis, toch onverwacht. Rieki kan zich dat moment later nog precies herinneren.
Samen met Vera pakt ze zijn koffer en 's nachts maakt ze een onrustige nacht door. Er gaat veel door haar heen en zachtjes huilt ze, terwijl Piet onwetend naast haar ligt. 
Wanneer ze naar het verpleeghuis gaan worden ze ontvangen door een verzorgende. Zij geeft aan dat ze de komende tijd hun contactpersoon is. Ze weet Piet en Rieki goed op hun gemak te stellen. Rieki beseft veel later pas dat alles van die dag als een roes aan haar voorbij is gegaan.
Gelukkig ziet de familie dat Piet zich na een gewenningsperiode goed redt in het verpleeghuis. Hij beleeft veel plezier aan de ritjes met het verpleeghuisbusje en aan het onder begeleiding werken in de tuin. Ook vindt hij het gezellig om aan de activiteiten op zijn afdeling mee te doen.
Rieki bezoekt haar man regelmatig en ze haalt hem, wanneer ze een verjaardag of feestdag hebben, op om naar huis te gaan. En wanneer het verpleeghuis een vijfdaagse vakantie voor de bewoners organiseert, gaan ze samen mee. Omdat Rieki ziet dat er zoveel werk te doen is, heeft ze het op zich genomen om een dag in de week andere verpleeghuisbewoners te helpen met eten. Ze beleeft hier veel voldoening aan. 

Hoe het verder ging
Zelf woont Rieki nog een jaartje met veel plezier in haar seniorenwoning, maar dan gaat ze toch over naar het zorgcentrum in Overzwaai. Hier heeft ze het goed naar haar zin. Het zorgcentrum organiseert verschillende leuke activiteiten en haar familie komt haar vaak opzoeken. 
Freek is druk met zijn bedrijf. Hij heeft weinig tijd voor andere zaken en soms uit hij zich somber over de toekomst. Vera werkt inmiddels voor hele dagen buitenshuis en vindt het plezierig dat haar zoon Tim een vriendin heeft die veel gevoel lijkt te hebben voor het boerenwerk.
Wanneer Piet twee jaar in het verpleeghuis woont, krijgt de familie een telefoontje: Piet is overleden. Voor de familie is het toch nog onverwacht, maar iedereen kan zich erin berusten. Ze zijn blij en dankbaar dat ze zoveel tijd en aandacht aan hem hebben geschonken, zodat hij zijn laatste jaren rustig heeft mogen beleven.



Terug