Print deze pagina Bekijk ons op Facebook Verklein lettertypeVergroot lettertype
      ZOEKEN: zoeken  

Home › Kwetsbare ouderen - Dementie › Wat is dementie › Symptomen en begrippenlijst

Symptomen en begrippenlijst



Afasie
Een taalstoornis die het gevolg is van hersenletsel (zoals dementie).

Alzheimer
Het begrip 'Alzheimer' wordt vaak gebruikt als men eigenlijk 'de ziekte van Alzheimer' bedoelt. Alois Alzheimer (1864-1915) was een Duitse psychiater en neuropatholoog naar wie deze vorm van dementie is genoemd.

Declaratief geheugen
Dit wordt ook wel het expliciete geheugen genoemd, omdat het alle kennis bevat die we ons bewust zijn als we ons iets proberen te herinneren. Het bestaat uit twee deelgeheugens: het semantische en episodische geheugen. Het semantische geheugen bevat algemene (feiten)kennis en is als het ware onze persoonlijke encyclopedie. Het is kennis die niet aan een bepaalde tijd of plaats is gebonden. Voorbeeld: Parijs is de hoofdstad van Frankrijk. Het episodische geheugen bevat herinneringen uit bepaalde episodes, dus gebonden aan een bepaalde tijd en plaats. Voorbeeld: de vakantie in Parijs vorig jaar.

Dementie
Bij dementie zijn er niet alleen geheugenklachten, maar ook problemen op het gebied van oriëntatie, taal, handelen, waarnemen, plannen en organiseren. Het gedrag kan anders worden. Dit maakt zelfstandig functioneren moeilijker. Iemand met dementie krijgt bijvoorbeeld steeds meer moeite met:
  • zich iets herinneren wat kort geleden is gebeurd
  • zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden
  • zich oriënteren
  • het juiste woord vinden
  • nieuwe dingen leren
  • emoties onder controle houden
  • beslissingen nemen
  • rekenen en met geld omgaan
FTLD
Frontotemporale lobaire degeneratie (FTLD) is een hersenziekte waarbij zenuwcellen afsterven. FTLD-patiënten lijden aan een progressieve degeneratie van gedrag, persoonlijkheid en taal met aanvankelijk een relatief goed behoud van geheugenfuncties.

Gedrag
Dementie kan het gedrag veranderen. Iemand toont bijvoorbeeld minder initiatief, is sneller wantrouwend, geïrriteerd of boos.

Handelen en waarnemen
Moeite met gewone dagelijkse handelingen, met herkennen van voorwerpen. Meer moeite met organiseren en plannen. Niet meer goed kunnen klokkijken of de juiste tijd schatten.

Kortetermijngeheugen
Dat deel van het geheugen dat informatie voor een korte termijn vasthoudt. Dit kan variëren tussen enkele seconden tot enkele minuten. Het kan bovendien een beperkte hoeveelheid informatie bevatten. Het kortetermijngeheugen wordt ook wel 'werkgeheugen' genoemd. Bij dementie functioneert het kortermijngeheugen niet (meer) goed.

Langetermijngeheugen
In het langetermijngeheugen blijft informatie zeer lang opgeslagen. Hieronder valllen herinneringen en bijvoorbeeld kennis. Iemand met dementie kan een zeer goed langetermijngeheugen hebben, maar er wordt geen nieuwe informatie meer toegevoegd.

Oriëntatie
Niet altijd weten welke dag of datum het is, waar men precies is, of wie iemand is. Meer moeite met het vinden van de weg.

Procedureel geheugen
Dit bevat de kennis over hoe we iets doen. Het is meestal onbewuste kennis die niet goed verwoord kan worden. Voorbeeld: hoe fiets, schaats of zwem je? Deze kennis vergaren we meestal door herhaling, zodat het een automatisme wordt. Het wordt zonder er bewust moeite voor te doen uit het geheugen opgehaald. Voorbeeld: iemand die in het water valt en lang niet heeft gezwommen, gaat als vanzelfsprekend zwemmen.
Taal
Woorden of zinnen minder makkelijk vinden of begrijpen.

Vasculaire dementie
Een vorm van dementie die wordt veroorzaakt door het afsterven van hersengebieden door verstoring van de bloedtoevoer naar de hersenen. Het is op de ziekte van Alzheimer na de meest voorkomende vorm van dementie.

Vergeetachtigheid
Het meest opvallende verschijnsel is het vergeten van nieuwe informatie. Andere signalen zijn: het vergeten van belangrijke data en gebeurtenissen, of steeds hetzelfde vragen



Terug